Er zijn meerdere situaties te bedenken waarbij je zou willen weglopen. Soms uit zelfbescherming, soms om gevaar te voorkomen. En weglopen mag, maar voorkom wel dat het een vluchtgedrag wordt. Vaak is een situatie die bepaalt dat het even niet goed gaat en het beter is om het later op te pakken.
Stel je bent in discussie met iemand, maar je merkt dat de standpunten ver uit elkaar liggen. Je kan door blijven gaan, maar dat verhoogt waarschijnlijk alleen de frustratie en wellicht zelfs stress. In plaats van door te gaan, kun je beter voorstellen om de toestand even te laten afkoelen. Dat geeft ook tijd om na te denken over wat de ander zei. Het kan zijn dat de ander het niet wil, wellicht omdat de ander voelt de discussie te winnen. Toch is het dan goed om de discussie af te breken. Vaak wordt dit gezien als zwakte, maar zolang je de situatie nog onder controle hebt, is het alleen maar een punt van sterkte.
Weglopen uit een discussie moet op tijd gebeuren. Dan kun je het nog rustig doen. Als de frustratie al te hoog opgelopen is, kan het zomaar zijn dat je boos wordt en daar ook naar handelt. Denk aan schreeuwen, deuren slaan en dergelijke. Probeer in een gesprek zoveel mogelijk begrip voor de ander te hebben, ook al ben je het niet met elkaar eens. Zeg dat ook gewoon. Zeg alleen zaken als ‘ik begrijp je …’, ‘Ik snap je …’, ‘Ik zie wat je bedoelt …’ of ‘Ik hoor wat je zegt …’ als je ze ook meent en zeg het zeker niet te vaak. Als je wat de ander zegt niet begrijpt, vraag dan om verduidelijking of zeg het in eigen woorden, zodat de ander kan horen of je het begrijpt.
Het is overigens ook verstandig om, voordat je in een discussie terecht komt, te bekijken of je er wel klaar voor bent. Als je op een dag al veel tegenslag hebt gehad, dan is de negatieve energie vaak al hoog. Als iemand dan komt om over iets te praten, kan dat voor jou heel slecht uitkomen. Leg dat uit. Het wil niet zeggen dat de ander dat hoort of accepteert. Wellicht heeft die ander juist al lang gewacht om de stap te nemen om de discussie aan te gaan.

Het kan ook zijn dat je een groep toespreekt, maar je eigenlijk al aardig opgebrand bent. Dat kan er toe leiden dat je toespraak heel moeilijk wordt en zelfs alles wat je in de voorbereiding bedacht had, er ineens niet meer toe doet. Als je uitlegt dat je je niet goed voelt, kun je gerust vertrekken. Het idee dat je dan ‘afgaat voor het publiek’ is iets wat meer tussen de oren zit, dan dat dit echt zo is. Veel mensen hebben best begrip dat een situatie even niet prettig is. Als een toespraak/lezing al moeizaam gaat, dan heeft het publiek dat vaak al lang in de gaten.
Laat je de situatie escaleren, dan kan dat een gevaar opleveren. Je kunt dingen zeggen of doen, die je helemaal niet wilt of zo bedoelt. Het terugdraaien van die schade is vaak lastiger dan het voorkomen ervan. Veel mensen zitten echter in een verwachtingspatroon en daar lijkt weglopen geen plek in te hebben. Als de ander niet begrijpt dat jij een escalatie wilt voorkomen, ligt dat niet aan jou, maar aan die ander. Angst hebben dat het voor jou negatieve gevolgen zal hebben, is een slechte raadgever. En als die angst toch waarheid wordt, dan was je sowieso al op de verkeerde plek.
Let wel op dat je de ander wel aanbiedt op een later tijdstip alsnog de discussie aan te willen aangaan, want anders lijkt het dat je wilt vluchten en iets wilt vermijden. Als je de discussie niet (meer) wilt aangaan, dan moet je de ander wel uitleggen waarom.
Als je in een situatie komt waarbij het ongemak is ontstaan, is weglopen een eerste ‘verdediging’, maar vaak is het dan wel verstandig om snel je lichaam een geest te ontspannen. Dat kan bijvoorbeeld door ademhalingsoefeningen, maar ook door even wat oefeningen te doen waarbij je spieren 15 seconden spant en dan ineens ontspant, bijvoorbeeld door je been naar voren te steken en je voet omhoog te bewegen. Dergelijke oefeningen vragen om een andere focus en dat kan juist ontspannend werken.
Als je het gesprek of de discussie hervat (dan kan zelfs al na een korte tijd op dezelfde dag), probeer het gesprek of de discussie dan te structureren. Het doel vooraf vaststellen kan juist voorkomen dat het weer uit hand loopt, iets waar niemand wat aan heeft. Mocht blijken dat je niet nader tot elkaar komt, concludeer dan dat jullie het oneens met elkaar zijn, het bekende ‘agree to disagree’.
Belangrijk is de ander wel in zijn/haar waarde te laten. Dat er onenigheid is over een bepaald onderwerp, wil nog niet zeggen dat er ook een onenigheid op het persoonlijk vlak moet ontstaan. Het kan zomaar zijn dat jullie elkaar in de toekomst nog nodig hebben. Het is ook belangrijk dat je een verstoorde situatie niet te lang laat duren, want het is en blijft negatieve energie en die moet je zo snel mogelijk wegnemen. Anders ga je erover piekeren en dat is een van basiszaken die kunnen leiden tot een burn-out.
Een conflict kan niet alleen op je werk ontstaan, maar ook binnen je relatie. Ook hier moet je zorgen dat dit zo snel mogelijk wordt opgelost, omdat anders de negatieve energie op andere plekken je gemoedstoestand gaat beïnvloeden.
Mocht je de situatie niet kunnen oplossen en blijft de negatieve energie hangen, dan is het beter om er een onafhankelijk persoon bij te halen, een mediator. Die kan dan luisteren naar beide standpunten en kijken of er een situatie kan ontstaan waarin jullie beiden min of meer tevreden kunnen zijn. Een mediator kan zelfs een optie aandragen waar jullie zelf niet aan hadden gedacht.
Laat een situatie zeker niet sluimeren en eindeloos doorgaan. Zet ergens een punt en accepteer dat punt ook. Laat ook vooroordelen je hierin niet storen. Een vooroordeel is een slecht iets, omdat je daarmee een invulling geeft aan een situatie waarvan je helemaal niet zeker kan weten of dat wel juist is. Het kan er toe leiden dat je een ander (onterecht) van bepaalde zaken gaat beschuldigen. Daarmee escaleer je zaak alleen maar veel meer.
Mocht je echt niet komen tot een toestand die tot een tevredenheid stemt, dan is het beter het contact helemaal te vermijden. In een relatie betekent dat dat je de relatie verbreekt en in een werkomgeving dat je op een andere afdeling gaat werken of zelfs bij een ander bedrijf.
Maar voor het zover komt, bedenk dan dat voorkomen beter is dan genezen.

Hoi Alfred, heb je misschien ook nog een tip hoe om te gaan met het volgende gedrag: wanneer iemand die iets wil benadrukken heel zachtjes blijft praten waardoor je als luisteraar je enorm moet inspannen om diegene te verstaan en veel moeite moet doen om te verwerken en interpreteren (waardoor je ook nog eens slechter kunt luisteren) waarmee je ook minder gemakkelijk kunt reageren op de inhoud van wat wordt gezegd. Mede omdat het hele verhaal al slecht verstaanbaar was. Best lastig wanneer de spreker een leidinggevende is, toch? Het kan overkomen als een retorisch middel om geen tegenspraak te krijgen, omdat toehoorders echt stil moeten zijn. Waarmee het “eigen gelijk” van de spreker misschien onbewust versterkt wordt in de beleving. Het is dus het tegengestelde van het steeds harder praten wat de reactie van agressie kan oproepen (ook luider reageren). Heb het voornemen om in zulke situaties gewoon te zeggen dat ik het niet kan verstaan om te vragen op normaal (harder) gespreksvolume te spreken. Dat is ‘an sich’ even uit de comfortzone treden, maar werkt hopelijk wel voor het gewenste effect (dat ik de inhoud sneller begrijp omdat ik minder energie moet steken in het überhaupt scherp en aandachtig proberen te verstaan, wat ten koste gaat van het begrijpen.
Hoi M, als je iemand niet kan verstaan, dan mag je best vragen of die persoon wat luider kan praten. Je geeft aan dat je het graag te willen volgen, maar je daar moeite mee hebt. Mocht dat niet lukken, kijk dan of er een oplossing mogelijk is. Als het voor een groep is, dan kun je nagaan of meer mensen er moeite mee hebben om het te volgen. Het gebruik van een versterker (microfoon) kan een oplossing zijn, maar is wellicht niet altijd voorhanden. Een leidinggevende heeft er (als het goed is) baat bij dat een boodschap overkomt. Als een leidinggevende problemen heeft met een feedback, dan ligt dat aan de leidinggevende.