Communicatie is een raar iets. In basis is het er om informatie over te brengen, maar hoe doe je dat?
Dat klinkt simpel, maar is het zeker niet. Als je in het Nederlands begint te praten tegen iemand die geen woord Nederlands verstaat, dan is er amper sprake van communicatie. Zelfs gebarentaal is niet universeel, er zijn ongeveer 140 verschillende gebarentalen.
Taal is slechts een van de manieren om te communiceren. Ooit was er niet echt een taal, wellicht wat geluiden en gebaren. In de dierenwereld is dat nog steeds zo, al zijn er wetenschappers die aangeven dat een aantal dieren gebruik maken van ingewikkelde taal. Zelfs al spreek je taal van een ander, dan wil het nog niet zeggen dat er sprake is van (goede) communicatie.
Daarvoor moet je eigenlijk teruggaan naar de basis en dat is dat bij iemand in de hersenen een idee of vorm van informatie ontstaat. Dit is een complex proces, want in de hersenen liggen niet woorden opgeslagen, maar een combinatie van chemische processen en zenuwbanen. Hierbij spelen hormonen, adrenaline en neurotransmitters zoals serotonine en dopamine een rol. Die opgeslagen informatie moet dan in woorden worden omgezet en vervolgens via geluid naar een ander worden overgebracht. Het is maar de vraag of die ander de overgebrachte informatie net zo verwerkt in de hersenen als het bij de zender is ontstaan. Hersenen zijn namelijk uniek en zeker niet gelijk.
Behalve die ongelijkheid in hersenen, kan het ook nog zijn dat hersenen van verschillende personen niet gelijk zijn ontwikkeld. Als iemand die veel heeft geleerd en in staat is problemen op te lossen (mate van intelligentie) informatie overbrengt aan iemand die een veel mindere ontwikkeling heeft ondergaan, dan zal de overgebrachte informatie niet of slechts beperkt begrepen worden.
Wie zich bezighoudt met taal, zal weten dat er in het Nederlands al 6 verschillende niveaus te onderscheiden zijn. Dan heb ik het nog niet eens over dialecten. Dat maakt communicatie al best lastig, maar daar is niet iedereen zich van bewust. Daarnaast is taal of woorden niet de enige manier van communiceren. De zender van een boodschap is dus niet klaar met het verzenden van informatie, maar zal ook moeten kijken of de boodschap goed is aangekomen. Daarom kan het goed zijn om voor een andere communicatievorm te kiezen dan het gesproken woord. Er zijn veel verschillende redenen om te communiceren (bijvoorbeeld overtuigen, verkopen, veranderen of ergens aan deelnemen).

Communicatie is meer dan woorden en mimiek Zelfs als er gekozen wordt voor het gesproken woord, dan zijn er al tal van zaken van belang. Dat begint al met het volume waarop iemand spreekt, maar ook de intonatie (monotoon, zangerig of juist met accentuering) en het spreektempo (rustmomenten). Dat is dan de verbale vorm, maar als je tegen iemand iets zegt is er vaak ook nog de non-verbale communicatie (dat geldt dan weer niet bij een telefoongesprek). Hierbij is te denken aan gelaatsuitdrukking, oogcontact en gebaren. Ook de omgeving kan een rol spelen. Communicatie in een lawaaierige ruimte zal anders zijn dan gezellig met een kopje koffie in een redelijk stille ruimte met weinig mensen.
Maar zelfs in taal moet men goed opletten met wat men zegt. Een woord kan in verschillende contexten verschillende betekenissen hebben. Dat wordt ook wel aangeduid met connotatie. Vaak gaat dit samen met detonatie, wat inhoudt dat een woord een negatieve bijbetekenis heeft. Een combinatie kan dan zelfs de zaak verergeren. Een voorbeeld is dat bij een stemming een minderheid voor (of tegen) is. Dan is het een wiskundige benadering. Maar minderheid kan ook slaan op bijvoorbeeld een Turkse minderheid (minderheid is dan een bevolkingsgroep). Het zal aan de referentiekaders van de zender en ontvanger liggen hoe een bepaald woord geplaatst wordt.
Neem een zinnetje als ‘Iedereen is zo’. Dat kan op verschillende manieren uitgelegd worden. Dat ‘zo’ kan een vervanging zijn voor positief (het bekende duimpje omhoog), maar ook een bepaalde houding aangeven. Bovendien bevat het zinnetje een generalisatie en dat is ook een zwaktebod (al wordt het vaak gebruikt ter overtuiging).
Een zender moet er dus voor zorgen dat een boodschap slechts uitgelegd kan worden op de manier waarop het is bedoeld. Sommigen noemen het ook wel transparant.
Dat is best lastig, zeker als de zender zelf niet goed weet wat er gezegd moet worden. Dat kan leiden tot een uitgebreide uitleg, wat de communicatie niet ten goede komt, maar anderzijds een te korte beschrijving is ook niet goed. Daarnaast kan de vorm, bijvoorbeeld ‘ik vind dat het zo en zo moet’ versus ‘wij vinden dat het zo en zo moet’ (in het laatste geval moet dan duidelijk zijn wie ‘wij’ is). Het gebruik van stopwoorden of veel hé en èh kunnen ook storend zijn.
Bij twijfel kan de zender vragen of de ontvanger in eigen woorden de boodschap weer kan geven.
Non-verbale communicatie heeft meer effect dan veel woorden. In geschreven berichten zie je dit al door het gebruik van emoticons. Maar bij fysiek contact kan iemand in de ogen kijken zowel positieve als negatieve invloed hebben. Maar ook de lichaamshouding (gesloten of open), de gelaatsuitdrukking (lachend of verdrietig) en andere vormen van mimiek spelen een rol. Maar zelfs hoe iemand eruit ziet kan al van belang zijn, want een vooroordeel is snel aanwezig. Wie een fors gebouwde man met veel tattoos ziet, kan wellicht denken dat tegenspraak niet handig is. Anderzijds kan een overdreven opgemaakte blondine vol met parfum juist als niet serieus beschouwd worden. Gevaarlijke vooroordelen.
De zender moet er ook op letten of de ontvanger wel zit te wachten op de informatie. Het kan best zijn dat de ander luistert, maar met andere dingen bezig is, maar ook niet luistert terwijl deze wel de moeite neemt om even naar je te kijken. Het kan zelfs zijn dat ontvanger je steeds onderbreekt, niet om verduidelijking te vragen, maar om een ander signaal te geven.
Het maakt ook uit tegen wie je iets zegt. Is het een bekende waar je vaker mee spreekt en je de ‘gebreken’ kent of is het een onbekende die niets van je weet. Dan kan een blinde vlek bij een zender best vervelend zijn. Het is voor een zender in zo’n geval goed om feedback te vragen. Dit wordt nog belangrijker als er in een groep wordt gecommuniceerd. Dan is het aangeven van grenzen belangrijk, bijvoorbeeld dat je moeite hebt met wetenschappelijke termen of moeilijke woorden, maar ook dat je bijvoorbeeld stottert. Dit wordt ook wel het JohariWindow genoemd.
Bij communicatie speelt ook mee hoe je in het leven staat. Ben je assertief (staan voor wat je voelt of denkt), subassertief (wachten op wat een ander denkt of voelt), agressief (egoïstisch, eigen belang) of zelfs passief (helemaal geen eigen initiatief hebben). De wijze waarop je een boodschap overbrengt kan van belang zijn. Wie agressief is kan wellicht de boodschap overbrengen, maar verliest het vertrouwen van de ander, wat relaties kan storen. Een subassertief of passief persoon is ook niet goed, want die laat teveel anderen beslissingen maken, wat ook niet goed is voor een draagvlak.
De gemoedstoestand van iemand kan van belang zijn. Iemand die net iets verdrietigs heeft meegemaakt, zit wellicht niet te wachten op een zwaar en moeilijk gesprek. Dan kan een zender beter kiezen voor een later tijdsstip. Als in een groep een bepaalde spanning heerst, is het beter om deze spanning eerst weg te nemen.
Bij communicaties is het ook belangrijk om te beseffen wat het doel is van communicatie. Vaak wil de zender alleen maar zenden en is niet zo zeer geïnteresseerd in de (directe) respons. Dit zie je vaak bij overheden, maar ook in reclames. Men verstuurt een bericht en wacht af wat de reactie is. Deze communicatie gebeurt vaak in de vorm van beeld (film, foto) of tekst, al dan niet in een stijl die probeert te verleiden. Soms is die verleiding er zonder dat de ontvanger het in de gaten heeft. Dat kan al zijn door in een supermarkt bepaalde producten op ooghoogte te zetten, zodat die als eerste gekozen worden. Sowieso is bij niet verbale communicatie het doel om een ander te verleiden of alleen te informeren. De zender heeft niet direct invloed op de respons, maar kan het in de boodschap al wel hebben ingebouwd.
Helaas is er een negatief aspect aan communicatie waar vooral de ontvanger alert op moet zijn. Dat is namelijk dat de zender niet een positieve bedoeling heeft met het overdragen van informatie, maar juist uit is op misleiding. Dit zal uiteindelijk leiden tot schade bij de ontvanger. Steeds vaker is de verzonden informatie onjuist en helemaal niet bedoeld om een gezonde overdracht van informatie te verwezenlijken. Hierdoor komt het ook steeds vaker voor dat we communiceren met personen die we niet eens kennen. Dat gebeurt vooral online.
Communicatie is een complexe bezigheid die vooral in stand gehouden wordt door telkens allerlei technieken aan communicatie toe te voegen. In de communicatiewetenschap vind je diverse modellen die allerlei aspecten van de communicatie bevatten. Dat gaat zowel over het doel van de communicatie, het middel van communiceren, de wijze van communiceren (bijvoorbeeld zakelijk of expressief) enzovoort. Je kan er een vierjarige opleiding voor volgen Soms zou je terug willen naar de tijd dat je met een paar geluiden en gebaren duidelijk kon maken wat je wilde.
